Een stralende laatste kerst

‘Ik hoopte al, dat je een kerstboom in huis zou hebben,’ zeg ik bij binnenkomst.

Op een prominente plek in de woonkamer staat een grote Noordman. De top reikt tot het plafond. De witte lichtjes zitten er al in en voor de helft is hij vol gehangen met allerlei zilverkleurige ballen en figuren. De lichtjes doet ze pas aan, als de kerstboom vol hangt met versieringen. Ze is de vorige avond doorgegaan tot twaalf uur ’s nachts.

‘Al val ik er dood bij neer,’ zegt ze, ‘de kerstboom zal ik optuigen.’

In de woonkamer staan verschillende dozen met kerstversierselen die half uitgepakt zijn.

 

Ze is vorige week bij de internist geweest. Voor het eerst sinds maanden. Zij heeft al jaren een goede band gehad met hem. Hij had de chemo’s ten zeerste afgeraden. Hij heeft nu haar verteld, dat ze nog maar kort te leven heeft. Ze zal niet meer genezen van eierstokkanker.

‘Dat had ik niet verwacht,’ zegt ze.

‘Ik dacht, dat ik nog een paar jaar te leven had.’

 

Hormoontherapie slaat aan bij tien procent van de cliënten. ‘Aanslaan’ betekend een levensverlenging van een tot drie jaar. De bijverschijnselen van de hormoontherapie zijn heftig. Maria zegt pas te willen besluiten, als ze de feiten kent. Hoe ziet het er in haar lichaam uit? De internist schrijft een CT-scan voor. Per direct. Over een week de uitslag.

‘Dit is mijn laatste kerstmis,’ zegt ze zachtjes.

Ik zeg niets.

‘Ik heb tegen de internist gezegd, dat ik niet over de dood wil praten. Het is onbespreekbaar.’

Ze wint alle kerstspeeldoosjes op. De een na de ander en er klinken verschillende melodieën door elkaar. Ze straalt.