Zonnestraalmomentjes

Een paar dagen later bezoek ik Maria weer. Als een dood vogeltje ligt ze in haar bed. Dit is tegen haar principes: ‘als ik in bed ga liggen, zal het zijn om te sterven.’ Het valt mij al weken op, dat ze haar grenzen telkens verlegt. Eerst peinsde ze er niet over om een chemo te ondergaan. En uiteindelijk laat ze het toch doen: ‘Het is geen keuze van me. Ik doe dit, omdat ik bang ben voor de dood.’ Geestelijke hulpverlening wijst ze van de hand.

 

Ook weigert ze zorgkringuitbreiding. We zijn met z’n drieën en dat is soms te weinig om adequate zorg te bieden. Voor mijn collega’s en mij is dit af en toe niet te doen. We voelen ons soms onder druk gezet; we hebben immers ook andere verplichtingen. Een of twee collega’s erbij is dringend gewenst. ‘Ik ga nog liever dood dan vreemden aan mijn lijf’, zegt ze. De huisarts is ervan op de hoogte, dat ze soms geen zorg heeft terwijl dit wel wenselijk is.

Maria neemt een bijzondere positie in bij mij. Voordat ik met Cuprum begon verzorgde ik haar al. Met mijn twee collega’s heb ik ook een speciale band gekregen door de complexheid van de casus. Ik stuur Maria regelmatig een digitaal berichtje. Dat ze dit waardeert, weet ik omdat ze direct een berichtje terugstuurt. Mijn doel is om haar zonnestraalmomentjes te bezorgen.

 

Zo benoem ik bijvoorbeeld de bloeiende lidcactussen die in haar slaapkamer staan. ‘Kijk naar de cyclaam en signaalrode bloemetjes. Ze bloeien voor jou’, bericht ik haar. Later vertelt ze mij, dat ze telkens aan mijn woorden denkt, als ze naar deze bloemen kijkt.

 

Kleine cadeautjes neem ik ook weleens voor haar mee. Een vakantiekaart, een theelicht met kunstzinnige afbeelding, een kaars van bijenwas, een schaaltje om alle goede gaven in te bewaren die ze ontvangt van mensen uit haar omgeving en een rozenkwarts, de steen die bekend staat om de zachtheid die ze verspreid. Meestal geef ik haar zoiets op een verjaardag, jaarfeest of als ik haar langere tijd niet zie. Dat ze hier blij mee is hoor ik terug van mijn collega’s.

 

Wat ook goed uitwerkt op haar stemming is andere gespreksonderwerpen in te brengen dan dat ze zelf doet. Zij denkt en praat namelijk alleen maar over ziekten en beperkingen. Haar biografie is in haar beleving een ziektegeschiedenis. Afleiding verlegt haar aandacht en leidt zo tot minder pijnbeleving. De pijn is er nog wel, maar op de achtergrond.

 

Een week na de eerste chemo kom ik op bezoek. Als ik bij haar aanbel doet ze de deur voor me open. Ze kreunt, loopt krom en houdt haar hand op haar buik. In de woonkamer valt dan mijn oog op de vensterbank waar orchideeën staan. Deze planten verzamelt ze. Ik stel haar allerlei open vragen over de verzorging van deze planten. Ze gaat hier op in vertelt honderduit. Daarna lopen we van plant naar plant, van kamer naar kamer. In plaats van strompelend, loopt ze nu rechtop en lichtvoetig. Op het laatst zijn we aan het schaterlachen. De tranen lopen over haar wangen.