Laat mij maar bommelen (III)

 

Dit is een vervolg van Laat mij maar bommelen (I) en Laat mij maar bommelen (II).

 

Vanuit mijn auto zie ik Liselotte over de stoep lopen in de binnenstad. Plotseling loopt ze schuin over de berm richting voorrangsweg. Mijn stuur draai ik naar het midden van de weg en rem af. Zij staat stil, tien centimeter van mijn auto. Ik steek mijn hand op en ze zwaait terug. Uit haar blik maak ik op, dat ze mij niet herkent.  

 

Een paar dagen later fiets ik haar voorbij en ze roept me. Ik stap af, begroet haar en vertel dat ik haar onlangs bijna heb aangereden. Ze kan het zich niet meer herinneren en biedt haar verontschuldigingen aan. ‘Dan loop ik in gedachten,’ zegt ze. Ik zeg, dat ik haar vaker op de rijbaan zie lopen en vlak voor auto’s zie oversteken. ‘Ik zal beter opletten’, zegt ze.

 

Naar omstandigheden gaat het goed met haar. Ze maakt drie maal daags een korte wandeling en dit is goed te zien aan de gebruinde kleur van haar gezicht en handen. Lange wandelingen van een paar uur lukken niet meer.

 

Ze vertelt dat ze een kaart door de brievenbus heeft gekregen van het sociaal wijkteam. Op kaart stond geschreven, dat een maatschappelijk werker tevergeefs bij haar had aangebeld. Op de kaart stonden een naam en telefoonnummer vermeld. De volgende dag belde Liselotte het nummer en ze kreeg de maatschappelijk werker aan de telefoon. De reden voor het bezoek blijkt te zijn, dat een van haar buren bezorgd is. Er is een zogenaamde ‘anonieme melding’ gedaan. Daarna is ze besproken in het sociaal wijkteam. Liselotte zegt tegen de maatschappelijk werker, dat ze geen melding achter haar rug om accepteert. Als iemand bezorgd over haar is wil ze dat rechtstreeks van deze persoon horen. Ze wil eigen regie. Wat is de inhoud van de melding? Wat is er besproken? Dit wilde de maatschappelijk werker niet vertellen.

 

Dan zegt Liselotte dat ze het verslag van het besprokene wil hebben. Dit is ook niet mogelijk. Ze zegt desgevraagd, dat ze verschillende mensen om zich heen heeft die haar kunnen helpen als dat nodig is. Ze kijkt mij aan en zegt: ‘Ik  heb jou toch? Als ik hulp nodig heb dan meld ik me bij jou.’

 

Na het telefoongesprek heeft Liselotte bij alle buren in haar hofje aangebeld om te vragen of zij een anonieme melding hadden gedaan. De buren zijn, net als zij, verontwaardigd hierover. Bij een van hen krijgt ze koffie aangeboden. Hier maakt ze gebruik van. Ze zegt 100 % zeker te weten, dat haar buren geen melding hebben gedaan. Mijn advies is om een afspraak te maken met haar huisarts. Deze kan contact opnemen met het sociaal wijkteam. Dit zou ze doen.